Featured Video Play Icon

BODIES OF LACE (2015)

 

➔ coming up on 23.09.2017 in CC De Ververij in Ronse (BE)

gerealiseerd  in samenwerking met

Kunstencentrum Belgiê Hasselt, De Werf  Brugge, Villa Romana Firenze, Texture  en de stad Kortrijk.

Bodies of Lace (‘lichaam van kant’) is een minuscuul gebeiteld werk vol overgave aan detail. Een gestructureerde wirwar die zich uiteindelijk als een transparant netwerk laat lezen en voelen. Bodies of lace is een werk over het lichaam en zijn inslag. Punten, lijnen, snaren, draden enten zich op en wentelen zich rond lichamen. In de muziek, in het kantwerk, in de dans.

Bodies of lace is een perfo/expo: een hedendaags performatief én transcultureel gebeuren dat zich na een felle ontmoeting tussen cellist en danseres, naadloos en ragfijn ontvouwt tot een mini-tentoonstelling waarin oude Tunesische bakhnouqs en hedendaags beeldend kantwerk mekaar aftasten. Kunsthistoricus Paul Vandenbroeck put uit een uitgelezen collectie textielen en spint een web van videobeelden en betekenissen rond deze markante beeldtaal die met haar wondermooie, ragfijne structuren eveneens bron van inspiratie is voor dans en muziek.

Pé Vermeersch onderzocht met Radical HeArts al vaker hoe traditie en erfgoed uit eigen en andere culturen aan hedendaagse performance, muziekcomposities en beeldende kunst te verbinden. Na ‘Het Orgelt’ en ‘Wat weeft in mij ?’ komt nu ‘Bodies of Lace’ met de hedendaagse topcellist Arne Deforce en het erg bijzonder kantkloswerk van Saskja Snauwaert.

Een bijzondere formule die de verschillende media op loepzuivere en dwingende wijze aftast. Dans, concert en beeldend textiel werk. Bodies of Lace, een eerste fase. Op die manier lezen we muziek en lichaam: Detail, precisie, aanslag, tijd, ritme, gebaar, patroon, herhaling, onverwachte wending, schaarste, resonantie, overvloed. Punten, lijnen, snaren, draden bepalen de dynamiek voor zowel de performance als voor de muziek en het kantkloswerk.

Arne Deforce is een cellist, gespecialiseerd in hedendaagse cellomuziek, die het lichaam van de cello haast uitperst om tot een uiterste zeggingskracht te komen. De inslag op de snaar, de resonantie van het geluid, de intensiteit en helderheid van het spel zijn meesterlijk, vol ingehouden spannning.

Pé Vermeersch onderzoekt al jaren de fysieke sensibiliteit van bepaalde patronen en ontwikkelt daarmee een dans- en lichaamstaal die zich overlevert aan het detail. In het bijzonder voor dit werk zoekt ze naar de subtiele veranderingen binnen repetitieve structuren. De danseres boetseert op sensibele wijze verbeelding en dynamiek in haar lijf.

Saskja Snauwaert maakt er één levenswerk van om haar ruggewervels uit te tekenen tot patronen die ze met indigo-draad op traditionele wijze tot kant klost. Het is een ongezien werk, in oude technieken maar van hedendaags belang, om aan de energetische lichaams-as op deze manier vorm te verlenen.

Ook de Tunesische bakhnouqs zijn sterk verbonden met het lichaam, aangezien het bijna ‘sacrale’ kledingstukken zijn waarvan de as over de lichaams-as/ruggegraat loopt. Elk weefsel is absoluut uniek en is als het ware een intiem en gecodeerd dagboek of autobiografie van de weefster. Paul Vandenbroeck (KMSKA/IMMRC-KULeuven) leidt het onderzoek rond betekenisgeving doorheen het abstracte motievenrepertorium van deze fascinerende werken.

In een fragiel netwerk brengen we deze ‘lichamen van kant’ bij elkaar. Er zijn zowel subtiele als intense interacties tussen danseres en kantklosster, tussen kantwerkster en cellist, tussen cellist en danseres. Deze zijn zowel beeldend, performatief als geluidsmatig.

Naadloos laten ze concert, performance en beeldende kunst als een gebeuren in elkaar overvloeien. Alsof de performance (deel I) de mini-expo (deel II) ‘onthult’.

De voorstelling/performance heeft de duur van ongeveer één uur, waarna het publiek nog ongeveer één uur de tijd krijgt om naar de ontvouwde werken te kijken. Daarna wordt de expo afgebroken. De mini-expo, met max. een tiental werken, is het ‘eindgebeuren’ van de performance.

Concept en dans: Pé vermeersch
Cello: Arne Deforce
Kantkloskunst: Saskja Snauwaert
Dramaturgie en video: Paul Vandenbroeck